Ze sluit haar ogen en ademt diep de geur in van het hoge gras waarin ze ligt. Het eerste lentezonnetje, dat net warm genoeg is, zet alles in een badend licht. Haar blauwe jurk waaiert om haar heen, haar handen heeft ze langs haar lichaam liggen. Totale ontspanning, zelfs haar botten voelt ze deze keer niet. Vogels kwetteren tussen de bomen en om haar heen. Ze hoort het gefladder en weet dat ze takjes verzamelen, elkaar aftroevend om het mooiste nest te maken. De bries is koel, maar nog aangenaam.
Bij de huizen aan de rand van het park hoort ze kettingzagen, schuurmachines en andere apparaten die na een winter in de schuur hun kunsten weer mogen vertonen. Het is ver weg genoeg om niet storend te zijn en langzaam droomt ze weg.
Ze is weer daar waar ze opgroeide, in de heuvels die vol stonden met fleurige bloemen. Vele insecten werden erdoor aangetrokken en ook zijzelf. Wanneer ze maar even een vrije middag had, ging ze erheen. Vanaf hun huis rende ze ernaartoe, naar haar paradijsje. Met vriendinnetjes of met haar zusje. Uren konden ze doorbrengen met bloemen plukken, in het gras liggen om elkaar verhalen te vertellen of figuren in de wolken te ontdekken. Later kwam ze er met haar eerste vriendje. Ze gaven elkaar af en toe een kusje, maar verder waren ze vooral kinderen en nog te onschuldig. Meestal ging de rest ook gewoon mee. Oh, als ze de rest van haar leven maar had kunnen doorbrengen tussen het gras en de bloemen, was ze al zielsgelukkig geweest.
Ze hield ervan als in maart alles weer langzaam tot leven kwam. De frisgroene knopjes aan de bomen, de lammetjes die bij de buurman geboren werden, de kwakende kikkers in de sloten die elkaar opzochten. Als ze naar school fietste, keek ze richting de heuvels of er al bloemen stonden. Het kon haar niet snel genoeg gaan na de winter die eindeloos leek.
Helaas besloten haar ouders op een dag te verhuizen vanwege haar vaders werk en moest ze afscheid nemen van haar heuvels. Hun nieuwe huis stond ook op een mooie plek, maar voor haar voelde het vlak en saai. Ze had vaak gehuild van heimwee. Ze miste haar vriendinnetjes en vooral de heuvels. Toen ze ouder werd, was ze vaak nog zelf naar de heuvels gereden om even te liggen en de geuren op te snuiven. Maar dat lukte haar al een tijd niet meer.
‘Oma, wat ben je nou aan het doen?’ Ruw wordt haar droom verstoord en ze opent haar ogen. ‘Kom, we moeten gaan oma!’ Ze ziet ineens haar kleindochter naast zich hurken om haar overeind te helpen. Ze zucht diep en brengt haar oude lijf weer in beweging. Het was fijn om even terug te zijn.
©2026 Foxfictie

Geef een reactie