Ze staart uit het raam, terwijl haar gedachten naar toen gaan. Ze was vijf en haar wereld bestond uit school en buitenspelen. Dat laatste vooral met haar buurmeisje, Eva. Hun moeders zaten vaak voor het huis te praten, terwijl zij twee met de tol speelden of hinkelden. Niet dat ze dit zelf nog zo precies weet; het kwam vooral terug in verhalen van haar ouders. Wat ze zich nog wel herinnert, is dat Eva altijd een rood lint in haar lange haar droeg. Zelf had ze krulletjes, maar soms mocht ze van Eva ook een lint in, zodat ze op elkaar leken. Dit ging gepaard met een hoop gegiechel. Soms hoort ze dat gegiechel nog in haar dromen, als een echo.
Eva zat op een andere school. Haar moeder zei dat ze niet bij Dina en de andere kinderen op school mocht komen. Dina snapte er niks van. Eva deed toch niets verkeerd? Volgens haar moeder waren ze Joods, daarom hadden ze ook een ster op hun jas. Dina wist niet wat Joods was en haalde haar schouders op. Ze vond het maar stom.
Ze schrikt op uit haar gemijmer als haar dochter de auto stilzet. ‘We zijn er, mam. Weet je zeker dat je dit wilt?’ Willeke kijkt haar enigszins bezorgd aan, bang dat haar moeder dit niet aankan. Ze knijpt even in Dina’s rimpelige hand, die ijskoud is. Dina is nooit meer in Amsterdam terug geweest, nadat ze met haar ouders naar het oosten van het land was verhuisd. Ze kon het nooit opbrengen. Bovendien zag ze het zo ook wel voor zich, elke dag weer.
Op een dag, toen ze uit school kwam, wachtte ze buiten tot Eva kwam spelen. Dina woonde op nummer 10 met haar ouders en twee zussen. Eva woonde op nummer 12 met haar broer David en haar ouders. Die dag was het anders. Het was stil. Ze zag geen beweging in hun huis en hoorde niemand praten of rennen. Toch wachtte ze, terwijl ze door het raam keek, een hand boven haar ogen. Haar moeder kwam uit hun eigen huis toen ze Dina op de deur van de buren hoorde kloppen.
Ze had gehuild, zag Dina en ze keek beduusd naar haar moeder. Was ze stout geweest? Had ze te veel lawaai gemaakt?
Toen zakte haar moeder door haar knieën en pakte Dina’s handen vast. Ze moest een paar keer slikken voor ze kon praten: ‘Eva is weg, lieverd. Ze zijn allemaal weg. Ze zijn opgehaald door de Duitse soldaten.’ Dina hoorde het, maar snapte niet wat het betekende. Hoe kon het ook anders; ze was pas vijf. Haar lip trilde omdat ze nu niet met Eva kon spelen. Ze vroeg: ‘Maar wanneer komen ze dan weer terug? Ik wilde touwtjespringen met Eva.’ Ze keek naar het huis waar nu niemand meer was. Haar moeder gaf als antwoord dat ze het niet wist, barstte in snikken uit en trok de verwarde Dina in een omhelzing.
In de jaren erna had ze natuurlijk begrepen wat er gebeurd was, en het feit dat ze geen afscheid had kunnen nemen, bleef altijd aan haar knagen. Ook had ze zich schuldig gevoeld; waarom had ze Eva niet verstopt in hun huis? Ze had zelfs wel mee willen gaan toen ze opgehaald werd, naïef als ze was.
‘Mam? Gaat het wel?’ vraagt Willeke. Ze knijpt nogmaals in haar hand. Dina kijkt haar dochter aan met betraande ogen en knikt zachtjes. ‘Het komt allemaal weer boven,’ zegt ze. ‘Maar het is toch goed dat ik dit doe.’ Willeke lijkt niet helemaal gerustgesteld, maar wijst dan naar een stuk verderop waar graafmachines staan. ‘Daar moet het zijn, Molenstraat, maar zo te zien staat je huis er niet meer.’ Dina knikt en denkt: des te beter, ze zou waarschijnlijk toch weer naar binnen kijken.
Ze stappen uit de auto. Willeke doet hem op slot en zorgt dat ze dicht bij haar moeder blijft als ze samen richting haar oude buurtje lopen. Dina hoort in gedachten weer het lachen van Eva en haarzelf en de stemmen van hun pratende moeders. Ze stopt even op wat ooit de hoek van de straat was en houdt zich vast aan Willeke. Deze slaat een arm om haar heen. ‘Als het te zwaar wordt, gaan we weer hoor. Je hoeft het maar te zeggen.’ Dina kijkt haar dochter liefkozend aan, dankbaar dat ze dit niet alleen hoeft te doen. Als ze ziet hoe oud Willeke al is, grijpt het haar naar de keel hoe snel de jaren voorbijgaan.
Dan recht ze haar rug, ademt diep in en uit en zegt dapper: ‘Nee, ik wil het doen, anders blijf ik me afvragen hoe het zou zijn geweest.’ Ze steekt nu haar arm door die van Willeke en samen lopen ze tot de plek waar haar huis stond. De bouwvakkers hebben even pauze en Dina kijkt rond. Wat eerst nummer 10 en 12 was, is nu een zandvlakte waar binnenkort nieuwe woningen komen.
Ineens laat ze Willeke los, loopt snel enkele meters over het zand en bukt daar. Er steekt iets roods uit het zand. Ze pakt het met trillende vingers en trekt het uit de grond. Ze herkent het onmiddellijk: het rode lint van Eva.
©2026 Foxfictie

Geef een reactie