Overstuur rent ze door het bos achter hun huis. De tranen stromen over haar wangen en ze kan niet stoppen met huilen. Het is niet eerlijk! Voor haar verjaardag had ze duidelijk gezegd dat ze een puppy wilde. Al maanden had ze het erover. Telkens als ze een beagle zag, zei ze: ‘Zo eentje wil ik om te knuffelen.’ Haar moeder had meerdere keren net zo vertederd gekeken als zij en ze zou het met papa bespreken.
Ze had uitgekeken naar de dag dat ze jarig was, vandaag dus. Ze had het ene na het andere cadeautje uitgepakt, maar geen puppy. De doosjes waren daar trouwens ook te klein voor. Ze had nog rondgekeken of ze hem ergens anders verstopt hadden, maar nee. Wat was ze teleurgesteld en verdrietig! Ze had al een naam bedacht, Kwispel. In gedachten had ze hem al geknuffeld en met hem buiten gelopen.
In het bos vindt ze een holle boom waar ze net in kan kruipen. De grond is droog, de bladeren kraken als ze gaat zitten. Hier blijft ze zitten, ze gaat niet weer naar huis terug. Haar moeder riep nog: ‘Marieke, wacht nou, ga nou niet zo weg!’ Maar ze wilde het niet horen en was weggerend. Ze zullen wel achter haar aan komen, maar ze vinden haar toch niet in deze boom. Ze heeft haar armen om haar opgetrokken knieën geslagen, legt haar hoofd erop en snikt nog na.
Ineens hoort ze een stem: ‘Blijf hier maar zolang zitten als je wilt, ik heb de tijd.’ Ze kijkt verschrikt op, veegt haar haren uit haar ogen en probeert erachter te komen waar de stem vandaan komt. ‘Wie is daar?’, vraagt ze. De stem spreekt nogmaals: ‘Ik ben het. Je hebt mij als veilige plek gekozen. Blijf zolang je wilt.’ Het is alsof ze in de stem zit. Dan beseft ze dat de boom tegen haar praat. Maar…dat kan toch niet?
‘Ha..hallo?’, probeert ze. ‘Boom, ben jij het?’
‘Ja ik ben het, ik heb al aan vele kinderen een schuilplek geboden, dus wees niet bang’, zegt de boom. Marieke is nu even haar verdriet vergeten, te verbaasd over wat er hier gebeurt. Ze kijkt omhoog in het hol, maar het is te donker om iets te zien. De boom praat opnieuw: ‘Mag ik vragen wat jou hier brengt, meisje?’ Marieke denkt ineens weer aan haar puppy die ze zo graag wilde en nieuwe tranen komen op in haar ogen. Ze zegt tegen de boom: ‘Ik ben jarig en ik had een puppy gevraagd. Meer hoefde ik niet te hebben; geen speelgoed, alleen de puppy. Maar hij was er niet en ik wilde het zo graag.’ Tijdens het praten wordt ze weer overmand door haar verdriet. ‘Ik wilde zo graag een lief hondje om mee te knuffelen en om groot te brengen. Ik zou echt goed voor hem zorgen, echt! Ik zou hem elke dag water geven en eten zodat hij groot en sterk wordt. Zelfs mama vond het een goed idee.’ Ze huilt nu weer net zo hard als tevoren. Ze huilt om het gemis van het maatje dat ze zo graag wilde en om het onbegrip; waarom is haar wens niet vervuld? Vond papa het geen goed idee? Ze weet het niet eens.
De boom laat haar even huilen en wanneer ze een beetje gekalmeerd is, spreekt de boom: ‘Ik snap heel goed dat dat jou verdrietig maakt. Dat je zo graag voor zo’n hondje wilt zorgen, zegt heel veel over jou. Je bent vast een lief en zorgzaam meisje.’ Ze hoort de takken ruisen terwijl de boom praat, dit maakt haar weer wat rustiger. ‘Je kunt hier even bijkomen, maar je ouders zullen na een tijdje ongerust worden.’
Marieke trekt haar schouders op: ‘Mijn ouders zijn stom. Ik ben boos op ze.’
‘Mama riep ook nog dat ik niet weg moest rennen, maar ik kon niet anders. Ik kon daar niet blijven.’
‘Ik snap het,’ zegt de boom, ‘maar hoe weet je zo zeker dat er geen puppy komt? Heb je het gevraagd?’ Marieke denkt even na en zegt: ‘Ik heb het al heel lang gezegd en ze zijn het vergeten.’ Ze veegt haar tranen af met de mouw van haar jurk. Ze wrijft over haar armen, ze is vergeten een jas mee te nemen toen ze het huis uit stormde.
‘Misschien zit het anders dan je denkt, kindje,’ spreekt de boom. ‘Als je straks weer thuis bent, moet je het toch maar eens vragen.’
Koppig als ze is, schudt Marieke haar hoofd en blijft stug zitten.
‘Marieke, waar ben je?’. Ze hoort ineens haar vader in de verte roepen. ‘Marieke!’ Dat is haar moeder. Ze blijft stil zitten, want dan zien ze haar vast niet.
‘Marieke, meisje, kom nou tevoorschijn.’ Ze hoort nu de bezorgdheid in haar moeders stem.
De takken van de boom ruisen, alsof hij haar een zetje wil geven. Ze begint het ook koud te krijgen en kruipt dan voorzichtig uit het hol. Haar vader is aan het eind van het pad en ziet haar. Hij rent snel naar haar toe en pakt haar bij de armen. ‘Marieke, daar ben je. Waarom rende je nou zo boos weg?’ Hij kijkt haar dringend aan.
Ze zucht even en zegt dan: ‘Ik hoopte een puppy te krijgen. De andere cadeautjes zijn ook leuk, maar ik hoefde verder niks, alleen het hondje. Ik dacht dat mama dat ook wist.’ Ze kijkt haar vader aan en haar lip begint weer te trillen.
Ze verwacht dat hij boos wordt, maar hij krijgt een glimlach op zijn gezicht. ‘Lieve meid, als je nou niet was weggerend, hadden we het gelijk kunnen vertellen. Een puppy past natuurlijk niet in een doos of in pakpapier. Morgen wilden we één met je uitzoeken, er is een nestje waar we terecht kunnen.’
Marieke gelooft haar ogen niet en haar verdriet maakt langzaam plaats voor een enorm gevoel van geluk. Met ongeloof en blijdschap kijkt ze haar vader aan: ‘Echt waar? Morgen gaan we Kwispel halen?’ Ze vliegt hem om de hals en hij tilt haar overeind. Ze pakt zijn hand en ze lopen samen weg. Even blijft ze staan en kijkt achterom naar de boom. ‘Dankjewel’, zegt ze. Haar vader lacht even. Kinderen en hun fantasie.
Op het pad terug naar het huis komt haar moeder hun tegemoet, opgelucht dat Marieke in orde is. Ze gaan samen weer met haar naar binnen. Haar jongere zusje Eva rent op haar af en geeft haar een knuffel: ‘Morgen hondje kijken,’ zegt ze.
De volgende dag gaan ze met elkaar naar het nestje waar zes allerliefste puppy’s rondlopen. Enthousiast springen ze om de meisjes heen, blaffend en spelend. Marieke en Eva giechelen en proberen ze allemaal te aaien. De hondjes rennen door elkaar heen. Maar er is één puppy die bij Marieke blijft staan en naar haar opkijkt. Ze hurkt en tilt hem voorzichtig in haar armen. Ze krijgt een lik over haar gezicht en schatert het uit. ‘Hoi Kwispel,’ zegt ze. Kwispel nestelt zich tegen haar aan, zijn kleine staartje wiebelt heen en weer. Ze hebben elkaar gevonden.
©2025 Foxfictie

Geef een reactie