MENU

Schijn bedriegt

,

Tiemen pauzeert op een duin en kijkt uit over het strand. Hij ziet de toeristen liggen en plezier hebben. Een enkeling waagt het in zee te zwemmen. Hij ziet de meesten slechts schoorvoetend met hun tenen het water voelen en schrikkend van de koude temperatuur snel terug rennen. Hij schudt zijn hoofd en denkt aan de vele keren dat hij zelf in de golven gedoken heeft. Uit ervaring weet hij dat het koud blijft, totdat je helemaal kopje onder gaat. Die mensen die met de tenen voelen, zullen dus nooit weten hoe dat is.

Hij houdt niet zo van de mensen. Hoewel het eiland het moet hebben van toerisme, blijft hij liever uit de drukte. Zijn ouders hebben een drukbezocht hotel in het dorp. Hij moest als jongen wel verplicht klusjes doen en meehelpen. Maar zodra hij de kans kreeg, kocht hij zijn eigen huisje en begon een schapenboerderij. In het winkeltje dat erbij hoort, wordt de kaas verkocht. Maar dat regelt Wietske. Zij is handiger in de omgang met klanten. Hij heeft meer met zijn dieren dan dat hij al die mensen te woord moet staan.

Hij klikt met zijn tong naar zijn paard en keert om. Langs de heidevelden gaat hij het bos in en volgt het ruiterpad. Het verveelt hem nooit, de natuur is niet alleen elk seizoen anders, maar zo’n beetje elke dag.

Even verderop passeert hij een groep ruiters die les krijgt. Hij knikt naar de leidster, maar gunt de deelnemers geen blik waardig. Het zijn slechts amateurs die eenmalig tijdens hun vakantie op een paard zitten als attractie, maar het dier echt kennen doen ze niet. Ze zien het als een speeltje, niet als een levend wezen met een eigen karakter. Zoals zijn Hazel, hij kent haar door en door en andersom ook, dat maakt dat hun ritjes altijd zo ontspannen zijn.

De leidster, Klara, kent hij goed. Ze zaten samen op school en op zo’n eiland kom je elkaar steeds tegen. Ze hebben vroeger als pubers wel wat gescharreld, maar dat is lang geleden en niet echt een liefde te noemen. Bovendien is hij nu gelukkig getrouwd en vader van twee jongens van tien en een meisje van acht. Ze hebben zijn aandacht nodig en misschien zal één van hen later de boerderij overnemen — wie weet.

Bij thuiskomst loopt hij over het erf naar de kaaskamer. Wietske is net bezig om de wrongel in enkele vormen te doen, waarna ze een geruime tijd op de planken zullen liggen om kaas te worden. Ze heeft zo haar eigen recepten waar hij zich niet mee bemoeit, maar hij laat het zich graag smaken. Het valt niet mee om als schapenboer het hoofd boven water te houden, dus dit extra inkomen is erg welkom. Bovendien heeft ze er veel plezier in, wat zich uit in tevreden klanten. Er komen niet alleen eilanders, maar ook zeker veel toeristen. Veel van hen komen jaarlijks terug.

Hij geeft Wietske een kus en bekijkt glimlachend haar gezicht, dat nooit helemaal schoon blijft bij haar werkzaamheden. Zelfs na al die jaren blijft hij zich verwonderen over haar schoonheid en ook haar zorgzaamheid. Een goede combinatie, vindt hij. ‘Nog een kwartiertje, dan kom ik in huis en kunnen we eten, het staat al klaar,’ zegt Wietske. Als ze vraagt wat hij gedaan heeft, zegt hij: ‘Met Hazel een ritje gemaakt door de duinen, ik kwam weer zo’n klas met toeristen tegen.’ Haar glimlach verdwijnt een beetje en ze vraagt: ‘Met Klara?’ Hij weet dat ze de gedachte aan hun samen niet leuk vindt, maar hij heeft haar al dikwijls op het hart gedrukt om zich geen zorgen te maken. Zij is de enige voor hem. Hij haalt zijn schouders op en glimlacht: ‘Ach, dat is verleden tijd. Jij bent mijn toekomst, dat weet je toch.’ Hij geeft haar nog een kus en ze ontspant weer een beetje.

De volgende dag wanneer de schapen rustig in de wei staan en voorzien zijn van water, rijdt Tiemen naar het dorp. Het is zaterdag, Wietske en de kinderen kunnen een oogje in het zeil houden. Zijn ouders vragen hem zo nu en dan om een klusje te doen en hij helpt graag waar het kan. Zolang hij de toeristen maar zoveel mogelijk kan ontlopen. Hij parkeert de auto naast het hotel en loopt via de zijdeur, die in de keuken uitkomt, naar binnen. Hier is echter niemand te zien, dus hij loopt via de gang naar de receptie waar zijn moeder druk in gesprek is met….Klara! Hij is enigszins van zijn stuk gebracht. Hoewel dit niet raar is; ze komt regelmatig folders afgeven voor haar excursie. Maar hij treft haar hier bijna nooit. Ze heeft nu haar lange volle haar los hangen, terwijl ze dit normaal in een slordige knot heeft. Hij merkt dat hij even wat langer kijkt dan anders en ziet dan de afkeurende blik van zijn moeder. Hij schraapt zijn keel en vraagt: ‘Wat moest er precies gedaan worden?’ Zijn moeder vertelt dat in twee kamers de lampen vervangen moeten worden. Gezien hun leeftijd durven ze zelf niet meer op een ladder. Hij knikt en groet Klara die nu naar hem omkijkt. ‘Hé, we blijven elkaar tegenkomen hè?’ Ze lacht en knipoogt. Hij weet zich geen houding, zegt snel dat hij aan het werk moet en laat de twee vrouwen achter.

In de kamers die zijn moeder noemde, vervangt hij de lampen en hij kijkt rond of er nog meer hersteld moet worden. Dit is niet het geval, dus hij ruimt zijn spullen op in zijn gereedschapskist en loopt naar beneden. Zijn moeder is niet meer bij de receptie te vinden; hij laat een briefje achter voor haar en loopt via de deur bij de keuken weer naar buiten. Hij ziet even verderop Klara staan, maar ze ziet hem niet. Ze heeft een mobieltje tegen haar linkeroor gedrukt en hij vangt een deel van het gesprek op.

‘Nee joh, die ouwe lui hebben niks in de gaten. Het is haast te makkelijk,’ zegt Klara lachend tegen degene aan de andere kant van de lijn. Tiemen houdt zijn oren gespitst; over wie gaat dit?

Klara barst in lachen uit en reageert weer in de telefoon: ‘Het was echt een geniaal idee van je om die goedgelovige toeristen meer te laten betalen onder het mom van: een deel gaat naar het lokale idyllische hotel. Plak er liefdadigheid aan vast en mensen trekken hun portemonnee.’ Tiemen beseft dat het over zijn ouders gaat en kan zijn oren niet geloven. Ze gebruikt de naam van het hotel, dat zijn ouders hebben opgebouwd met hard werken, om er zelf een slaatje uit te slaan.

‘De folders zet ik mooi op hun balie, maar verder krijgen ze niks van me,’ vervolgt Klara en ze krijgt weer een lachbui bij de gedachte. Tiemen kan het niet langer aanhoren, de woede neemt het van hem over. ‘Waar denk jij dat je mee bezig bent?’ zegt hij hard, terwijl hij een stap naar voren doet en Klara kijkt verschrikt achterom. Bijna laat ze haar telefoon uit haar hand vallen. ‘Ik bel je terug,’ zegt ze tegen haar ‘handlanger’ en snel hangt ze op. Ze blijft hem schuldbewust aanstaren zonder iets te zeggen.

‘Ik ben wel de laatste die graag met de toeristen rondhangt, maar dit kun je niet maken. Ze extra geld aftroggelen voor een zogenaamd goed doel, terwijl jij dat doel zelf blijkt te zijn!’ Hij vervolgt: ‘Dit had ik niet achter je gezocht; wat valt me dit van je tegen Klara.’ Hij kijkt haar gekwetst aan en ze probeert zich te verontschuldigen: ‘Het is misschien niet helemaal eerlijk, maar ik verdien niet genoeg met de ritjes, ik moest iets verzinnen. Ik moet ook gewoon mijn lasten betalen…’

‘Stop maar, ik hoef je excuses niet,’ zegt Tiemen. Dan bedenkt hij zich ineens iets en er komt een zelfvoldane grijns op zijn gezicht: ‘Mijn ouders vertelden me dat ze de laatste tijd meer gasten in het restaurant krijgen omdat jij het hotel hebt aangeprezen. Volgens mij noemen ze dat karma.’

Klara had dit duidelijk niet verwacht en probeert er nog een andere draai aan te geven: ‘Dan heeft mijn plan toch gewerkt. Is het dan zo erg wat ik doe?’ Ze kijkt zo onschuldig mogelijk naar hem en knippert met haar ogen, ze probeert hem te verleiden lijkt het. Maar het heeft niet de gehoopte uitwerking, Tiemen heeft haar nu van haar slechte kant gezien. ‘Ja,’ zegt Tiemen, ‘want de toeristen denken dat ze extra betalen voor het hotel terwijl jij het geld opstrijkt. Dus je hebt de volgende keuzes: je doneert het daadwerkelijk of je bent eerlijk met je prijs. Zo niet, dan haal ik de politie erbij. Dan kan je je baan helemaal wel vergeten.’ ‘Wie had je eigenlijk aan de lijn? Van wie is het geniale idee?’

Klara staat met haar mond vol tanden en haalt haar schouders op. Tiemen kan het niet uitstaan dat ze onverschillig is, doet nog een stap dichterbij en pakt haar bij haar arm. ‘Wie?’ blaft hij in haar gezicht. Ze schrikt duidelijk en zegt dan: ‘Johan, oké? Laat me los.’ Ze rukt haar arm los en wrijft erover met haar hand. Hij weet niet wat hij hoort. Uitgerekend Johan, de broer van Klara die vroeger een onbeantwoorde verliefdheid voelde voor Wietske. Zou het jaloezie zijn van de twee?

Alsof ze zijn gedachten kan lezen, zegt Klara: ‘Ik weet hoe het lijkt; twee jaloerse mensen die het verleden niet los kunnen laten, maar zo is het niet. We hebben het nou eenmaal niet breed en dit was onze manier om een extra zakcentje te verdienen. Ik zie nu in dat het fout was. Ik zal daadwerkelijk een deel aan het hotel schenken en ik ga het met je ouders bespreken. Misschien kunnen we een manier vinden om samen te werken. Vrienden?’ Bij die vraag spreidt ze haar armen om hem een knuffel te geven. Maar voor Tiemen is dit uitgesloten: ‘Ik ben blij dat je tot die beslissing bent gekomen. Ik ga mijn ouders ook zeker vragen of je het besproken hebt, reken daar maar op. Vrienden is een groot woord, ik zal je groeten als ik je tegenkom en meer niet.‘ Hij knikt naar haar, laat haar beteuterd achter en loopt naar zijn auto. Hij besluit om morgen bij zijn moeder te gaan polsen of Klara woord heeft gehouden.

Terwijl hij naar huis rijdt, denkt hij met een glimlach aan zijn gezin dat thuis op hem wacht. Hij heeft de juiste keus gemaakt.

©2025 Foxfictie


Ontdek meer van Foxfictie

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie

Ontdek meer van Foxfictie

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder